van twee zinnen één zin maken
van twee zinnen één zin maken.
van twee zinnen één zin maken
In de kring praten de kinderen over het onderwerp 'als ik rijk was' en fantaseren daarover. Daarna schrijven ze er een verhaal over.
Er bestaan tientallen platen, cd’s en audiobanden met kinderliedjes. Vaak zijn dat liedjes uit tv-series, kindermusicals en dergelijke met soms de mogelijkheid ze karaoke mee te laten zingen.
In deze les staan de begrippen bewaren en verzamelen centraal.
Hoe kies je een boek en hoe weet je dat je 'm mooi vindt?
Naar aanleiding van het gedicht ‘Waar de koning trek in had’ van Annie M.G. Schmidt praten de kinderen over wat ze wel of niet lekker vinden en maken daar in groepjes een collage van
De kinderen luisteren naar een verhaal. Ze ontdekken dat je bij het luisteren op verschillende dingen kunt letten. In deze les gaat het niet alleen om het verhaal, maar ook om een recept.
De kinderen luisteren naar een prentenboek over de ark van Noach. Ze benoemen de dieren uit de Ark van Noach en ze oefenen de voorzetsels door allerlei opdrachten uit te voeren met de dieren uit de Ark
De leerlingen vergelijken verschillende manieren van illustreren met elkaar en schilderen vervolgens hun eigen illustraties.
De les start met het voorlezen van het verhaal ‘De boze buurman’ van Bob Graham. De kinderen reageren op het verhaal en het begrip ‘vooroordeel’ wordt nader uitgewerkt.
Deze les gaat over verklankend lezen met aandacht voor de intonatie. Voordrachtslezen is een dagelijkse bezigheid van nieuwslezers op radio en televisie.
Er komt een Europese munt en de nationale munteenheden verdwijnen: voor sommigen een schrikbeeld, want dan verdwijnen ook de vele uitdrukkingen waarin geldstukken en biljetten een rol spelen, menen ze
Deze les wil aandacht schenken aan het (inter)nationale begroetings- en afscheidsrepertoire. Kinderen zien om zich heen steeds meer (inter)nationale begroetings- en afscheidsfrasen. In een multiculturele omgeving, maar ook in andere milieus, zijn allerlei nieuwe frasen en rituelen in omloop om elkaar te groeten bij ontmoeting en vertrek (afscheid).
De leerlingen bekijken verschillende boeken van de Kameleonserie.
Het gedicht ‘De mislukte fee’ wordt voorgelezen. De leerlingen reageren daarop en enkele aspecten uit het gedicht worden nader uitgewerkt in een leergesprek
De leerlingen schrijven een brief aan ouders en bekenden om begeleiding voor hun schoolreis te vragen.
In deze les gaat het om de vraag hoe een huisdier dat in de vakantie door het baasje uitbesteed wordt, kan blijven rekenen op een goede verzorging
De kinderen brengen hun favoriete boek mee naar school. In een hoek van de klas wordt een tentoonstelling van de meegebrachte boeken ingericht.
In deze les oefenen kinderen gespreksvaardigheden. De les begint met een inleiding op het onderwerp ‘dagritme’.
In de kring praten de kinderen over hun wensen en naar aanleiding daarvan maken ze een collage (verhaaltje) van hun drie liefste wensen
Aan de populariteitsbevordering van computerspelletjes hoeft waarschijnlijk in schools verband nauwelijks tijd en aandacht geschonken te worden, ongetwijfeld des te meer aan leesbevordering. Daarom wordt in deze opzet, die het karakter van een (korte) cyclus of project heeft, aandacht gevraagd voor een jeugdboekenproject.
Aan de hand van het gedicht 'Dictees' van Willem Wilmink praten de kinderen over een schoolvak dat ze lastig vinden.
De eerste schreden op het pad van de schriftelijke taalvaardigheid zijn moeilijk, maar ook uitdagend. In deze les worden de kinderen die net kunnen lezen en schrijven uitgenodigd om bij een reeks plaatjes zinnen te bedenken: één zin per plaatje.
Deze lesopzet heeft als onderwerp éénlettergrepige bijvoeglijke naamwoorden/bijwoorden die een eigenschap uitdrukken, vaak -maar niet altijd – met een ander bijvoeglijk naamwoord/bijwoord als tegenstelling. Bijvoorbeeld ‘groot-klein’ en ‘dik-dun’. Bij éénlettergrepige woorden als ‘fel’,‘dom’ en ‘maf’ zijn er ook tegenstellingen te noemen, maar die zijn nog te moeilijk voor deze groep.
Na een kort leergesprek over advertenties, waarin mensen iets te koop aanbieden, schrijven de leerlingen zelf een dergelijke advertentie.
In de introductie wordt het begrip ‘trol’ uitgelegd en verteld wat de bedoeling van de les is.
Deze les gaat over geïntoneerd lezen. De les draagt ook bij aan ontwikkeling van de woordenschat, omdat in de tekst synoniemen aan de orde komen.
De leerlingen oefenen hun fonologische vaardigheid en ontwikkelen hun woordenschat.
De kinderen krijgen het gedicht ‘Texel’ van Fetze Pijlman uitgereikt en het wordt gelezen. Ze bedenken een alternatieve titel voor het gedicht (heimwee). Vervolgens zoeken ze alles uit de tekst op wat met dat begrip te maken heeft
Deze les bestaat uit een verhaal waarin de letters van het alfabet centraal staan. In eerste instantie vertelt de leerkracht het verhaal en vervullen de kinderen de rollen van de bewoners van het alfabethuis
De kinderen hebben in een boek of op een plaat een straat gezien waarin een opvallend huis staat. Naar aanleiding daarvan krijgen ze opdracht op weg van school naar huis heel goed te kijken naar de dingen die ze zien en vooral te letten op details die ze niet eerder zijn opgevallen.
Deze les kan als vervolg worden gebruikt op de les 'De vakantiepoes'. In die les hebben de leerlingen een lijst gemaakt met aanwijzingen voor de verzorging van de poes Grijsje.
In de kring vertelt u het verhaal van de paashaas en de kapotte eieren. Daarna bedenken de kinderen wat er gebeurd kan zijn en zoeken ze naar manieren om de paashaas te helpen. Dit schrijven ze op. Tot slot worden de verhalen besproken.
Na een vertelronde over telefoneren, gaan de kinderen verschillende telefoongesprekjes spelen. De andere kinderen luisteren en kijken goed naar wat er gebeurt. Elk telefoongesprek wordt nabesproken.
In deze les maken de leerlingen een piratenleerboek.
Voor deze les wordt een groepje van vier tot zes kleuters geselecteerd op grond van problemen met woordenschatontwikkeling, een taalachterstand en concentratieproblemen bij het voorlezen.
De kinderen zijn naar aanleiding van een bericht in de krant of op de televisie of door een gebeurtenis in de eigen omgeving geïnteresseerd geraakt in een bepaald onderwerp (thema) en willen daarover meer informatie
Uit een verzameling kinderboeken kiezen de kinderen een boek uit dat ze willen lezen. Ze praten met elkaar over hun favoriete boeken en leesvoorkeuren. Ze lezen het gekozen boek en vertellen of het boek aan hun verwachtingen voldaan heeft.
In deze les schrijven de kinderen een verhaal over een fantasiedier.
Na een klassikale associatieoefening tekenen de kinderen een fantasiedier.
Het kritisch kijken naar het eigen schrijfproduct door kinderen is niet altijd hun sterkste kant.
Van tekstrevisie komt vaak niet veel terecht. Om daar in positieve zin iets aan te doen, kan een zogenaamd kettingverhaal een aardige bijdrage zijn.
De leerlingen worden zich bewust van de opbouw van een verhaal door het na te spelen.
Berichten in de pers hebben vrijwel altijd een ‘kop’. Elementair kenmerk daarvan is dat die de kern van het bericht, de essentie van het nieuwtje bevat. ‘Koppen’ bedenken/maken bij een nieuwsitem is geen simpele vaardigheid, maar vraagt inventiviteit en stilistische handigheid.
Deze les gaat over het schrijven van een krantebericht. Eerst praten de kinderen over hun ervaringen met het lezen of bekijken van de krant en worden de functie van krantenkoppen en enkele kenmerken van een krantebericht besproken.
In deze les leren de leerlingen eigen gedachten helder verwoorden. Dit doen ze door een route in hun stad of dorp te bedenken en deze vervolgens voor de groep te beschrijven. De actieve luisteraar leert zich te verplaatsen in de gedachtegang van een verteller
Naar aanleiding van de vervuiling in het park, op het speelterrein of in de natuur in de omgeving gaan de kinderen een poster maken om de mensen op te roepen het milieu te sparen door hun rommel op te ruimen.
De leerkracht vult een koffer met boeken rond een bepaald thema of een bepaalde auteur. Boeken rond een thema kunnen eventueel worden aangevuld met voorwerpen.
In een kringgesprek praten de kinderen over feestdagen, hierbij komt het onderwerp ‘post krijgen’ aan de orde. Omdat het binnenkort moederdag is, schrijven de kinderen een brief aan hun moeder om haar te verrassen.
In deze les oefenen de kinderen de vaardigheid om hun mening te ondersteunen met argumenten.
Naar aanleiding van een kringgesprek over uiterlijke kenmerken van mensen maken de kinderen een beschrijving van zichzelf voor elkaar. Als de beschrijvingen klaar zijn, worden ze voorgelezen en de kinderen raden wie de beschreven persoon is.
Het onderwerp voornamen wordt kort geïntroduceerd. Daarna vertellen verschillende leerlingen wat de achtergrond van hun voornaam is. Vervolgens geven leerlingen hun mening over hun naam en geven aan wat hun eigen keuze zou zijn.
Kinderen hebben in de regel een heel eigen gevoel voor humor. Ook zitten ze vaak nog in het stadium van wat volwassenen dan -ten onrechte- ‘flauwe grapjes debiteren’ noemen. Toch is deze fase heel belangrijk om later taalgrappen, ironie, dubbelzinnigheid en situatiehumor te begrijpen.
Ook in hogere groepen is het nuttig af en toe nog eens een tekst te laten verklanken om de vaardigheid in het technisch/voordragend lezen te onderhouden. Om het saaie hardop lezen door één lezer te doorbreken is hier de mogelijkheid aanwezig om het zogenaamde rollenlezen te beoefenen.
Leesteksten moeten in de eerste plaats interessant zijn voor kinderen. Bovendien moeten ze in het kader van begrijpend en studerend lezen actuele informatie bevatten die de moeite van het opnemen, verwerken en onthouden waard is. Heel veel schriftelijke media (kranten, tijdschriften, reclamebladen) hebben tegenwoordig een speciale kinderpagina of apart katern voor kinderen.
De kinderen kunnen een gestructureerde beschrijving geven van een situatie naar aanleiding van een kinderlied dat ten gehore is gebracht via cd of audioband of door declamatie.
De kinderen verwerven in deze les vaardigheid in het gebruik van van voorzetsels afgeleide woorden/woordgroepen, zoals ‘achteraf’, ‘achterstevoren’ en ‘op en af’.
Snelle lezers zijn niet altijd nauwkeurige lezers maar ook langzame lezers zien vaak nog al wat over het hoofd. Eén van de manieren om leerlingen zelf te laten ontdekken hoe gemakkelijk je iets in een tekst over het hoofd ziet, is het aanbieden van een tekst met zogenaamde ‘hidden tags’.
Hoe je kinderen kort en beknopt kunt informeren over een steeds belangrijker wordend informatie- en communicatiemiddel staat in deze lesopzet centraal
De kinderen hebben herfstspullen verzameld en gaan een herfsttafel inrichten. Nadat de spullen geordend zijn, maken ze van alle spullen een naambordje en een beschrijving.
In deze les is aandacht voor soorten verhalende teksten. Aan de hand van pictogrammen die in de bibliotheek worden gebruikt om genres te onderscheiden, leren kinderen de genres kennen.
In de kinderboekenweek staat alles in groep 1, 2 (en 3) in het teken van het thema ‘op het water’.
In de kinderboekenweek staat alles in groep 1, 2 (en 3) in het teken van het thema ‘op het water’. In de boekenhoek vind je boeken die te maken hebben met het thema. En een paar van de kussens die er altijd liggen, hebben plaats gemaakt voor een opblaasbare boot, waarin je ook heerlijk kunt lezen.
In de kinderboekenweek staat alles in groep 1, 2 (en 3) in het teken van het thema ‘op het water’. In de boekenhoek vind je boeken die te maken hebben met het thema. En een paar van de kussens die er altijd liggen, hebben plaats gemaakt voor een opblaasbare boot, waarin je ook heerlijk kunt lezen.
Het gaat in deze les om het herstellen van een tekst waarvan de alinea’s dooreen gehutseld zijn.
Deze les gaat over het geven van een routebeschrijving. In korte toneelstukjes en in gesprek met de kinderen komt aan de orde waar je bij het geven van een routebeschrijving aan moet denken.
Deze les is een vervolg op de les 'Routebeschrijving (1)' en kan niet afzonderlijk worden gegeven.
In deze les lezen en bespreken de kinderen eerst meegebrachte routebeschrijvingen.
In de kinderboekenweek staat alles in groep 1, 2 (en 3) in het teken van het thema ‘op het water’. In de boekenhoek vind je boeken die te maken hebben met het thema. En een paar van de kussens die er altijd liggen, hebben plaats gemaakt voor een opblaasbare boot, waarin je ook heerlijk kunt lezen.
Deze les is onderdeel van een reeks lessen waarin de vaardigheid 'samenvatten' centraal staat. Samenvatten is een complexe, belangrijke vaardigheid die zowel in het dagelijks leven als op school veel voorkomt.
Deze les is onderdeel van een reeks lessen waarin de vaardigheid ‘samenvatten’ centraal staat. Samenvatten is een complexe, belangrijke vaardigheid die zowel in het dagelijks leven als op school veel voorkomt.
Deze les is onderdeel van een reeks lessen waarin de vaardigheid ‘samenvatten’ centraal staat. Samenvatten is een complexe, belangrijke vaardigheid die zowel in het dagelijks leven als op school veel voorkomt.
In de kinderboekenweek staat alles in groep 1, 2 (en 3) in het teken van het thema ‘op het water’. In de boekenhoek vind je boeken die te maken hebben met het thema. En een paar van de kussens die er altijd liggen, hebben plaats gemaakt voor een opblaasbare boot, waarin je ook heerlijk kunt lezen.
In deze les schrijven de leerlingen een kort 'zakelijk' tekstje van vier of vijf alinea's, husselen het tekstje vervolgens door elkaar en laten het lezen aan een medeleerling.
Kinderen van nu groeien op met de moderne media. Eén ervan is de gsm. De nieuwste hype op dit moment is het verzenden van berichtjes volgens het sms-systeem: e-mailen per gsm-telefoon (SMS=Short Message Service).
Deze les vormt samen met de les 'Wandelpad van woorden' een geheel, al kunnen beide lessen los van elkaar worden gegeven.
Deze les is gericht op het begrijpend luisteren van jonge kinderen. U leest de tekst 'Stoepkrijten' voor en onderbreekt het verhaal enkele keren voor een leergesprek met de kinderen.
In deze les gaat het om analytisch lezen en het combineren van tekst en illustratie.
De leerlingen moeten vijftien illustraties bij een Tom Poesverhaal van Marten Toonder in groepen van drie in de juiste volgorde boven de tekstdelen plaatsen en in de tekst dìe vijftien passages (vaak een zin) onderstrepen die corresponderen met de respectievelijke, eerder in de juiste volgorde geplaatste illustraties.
Veel kinderen uit zowel autochtone als allochtone groepen weten niet goed wanneer de situatie vraagt om òf u òf jij te zeggen tegen iemand anders
De kinderen schrijven een goed beargumenteerde en gestructureerde tekst over pro en contra van het houden van huisdieren
In groep 4 zitten vaak kinderen die al goed kunnen lezen. Binnen de kortste keren hebben ze AVI-niveau 6 of 7 behaald. Voor deze kinderen is het vaak moeilijk geschikte leesactiviteiten te vinden, juist ook omdat de leerkracht in deze groepen intensief bezig is met zwakkere lezers.
De kinderen proberen eerst zelf het verschil tussen ‘vrij’ en ‘onvrij’ te verwoorden met behulp van woordkaarten die ze krijgen uitgereikt.
Deze les vormt samen met de les ‘Spinnenweb van woorden’ een geheel, al kunnen beide lessen los van elkaar worden gegeven.
Het bekroonde boek 'Broere' van Bart Moeyaert leent zich uitstekend voor het thema 'boekpromotie'. Dat is onder andere te danken aan het feit dat het boek bestaat uit losse hoofdstukken die handelen over wederwaardigheden van de schrijver en zijn zes broers (het is dus geen doorlopend verhaal)
Onze taal barst van ‘vaste combinaties’, bijvoorbeeld van een zelfstandig naamwoord en een werkwoord als ‘hoop koesteren’ of ‘spoken zien’, soms met een letterlijke, maar vaker met een figuurlijke betekenis.
Iedereen komt wel eens in de verleiding om te denken: ik wou dat ik die of die in mijn leven eens zou tegenkomen, want dan zou ik vast en zeker vragen … Ja, wàt zou ik dan vragen en hòe zou ik dat vragen?
In deze les ontdekken de kinderen dat ze eigenlijk veel meer lezen dan ze dachten en dat lezen niet altijd even moeilijk is. Voor kinderen is de betekenis van lezen vaak: zoals je op school leest, dat wil zeggen korrekt verklanken of vragen bij een tekst beantwoorden.
De leerlingen bekijken een aantal STER-spotjes en advertenties. Ze onderzoeken deze aan de hand van een aantal vragen. Zo leren de kinderen op een kritische manier naar reclameteksten kijken. Ook mogen ze zelf een advertentie maken.
Dit is de eerste van twee lessen over het maken van en werken met een flapverhaal. De volgende les is 'We maken een verhaal (2)'
Deze les is een vervolg op de les 'We maken een verhaal (1)' waarin met de kinderen een flapverhaal is gemaakt. De flap heeft enige dagen in een werkhoek gehangen, zodat de kinderen er vertrouwd mee zijn geraakt.
Na een inleiding, waarin het begrip ‘limerick’ en de kenmerken van een limerick worden uitgelegd, gaan de kinderen zelf een limerick maken.
Voor hun verjaardag, Sinterklaas of Kerstmis maken kinderen een verlanglijstje. U kunt hen daarbij gebruik laten maken van de computer.
Deze les beoogt met jonge basisschoolkinderen een gesprekssituatie in te richten waarbij het onderwerp een filosofische houding oproept of stimuleert.
Er zijn dichters die niet vergeten zijn dat ze ooit kind waren. En die gedichten gemaakt hebben die ook kinderen van nu nog steeds leuk, aardig, grappig, spannend, weemoedig of ondeugend vinden.
De leerlingen lezen eerst zeegedichten. Daarna proberen ze zelf een zeegedicht te schrijven.
Deze les gaat over het schrijven van een gebruiksaanwijzing· Eerst praten de kinderen over gebruiksaanwijzingen en hun ervaringen ermee.
Jonge kinderen hebben vaak nog weinig notie van de relativiteit van begrippen als ‘genoeg’, ‘minder’, ‘veel’ en ‘weinig’ (en van getallen die dat in een bepaalde situatie tot uitdrukking brengen).
Een geordende, opsommende tekst schrijven, is in deze les het onderwerp en de opdracht. Eerst lezen de kinderen een korte tekst over het bakken van een Parijse appeltaart.